Hoe de Stoïcijnen me hielpen toen mijn koophonger terug kwam
Verlangen heeft zoveel macht als we het geven. Ik had behoefte aan een filosofisch potje omdenken en vond weer even de mentale vrijheid waar ik naar zocht. Heerlijk.
Ik moet je iets bekennen. Het is nu anderhalve maand na mijn No Buy Year en ik merk dat ik niet helemaal meer koophongerloos ben. Hoewel het afgelopen jaar me veel heeft gebracht, doet het meteen weer iets met m’n brein dat de deur op een kier staat. Als ik op sociale media iets te vaak langs nieuwe collecties scroll, denk ik soms toch weer: “oh, dit zou ik best willen”. Mijn baan maakt het niet makkelijker.
Ik kan er na zo’n jaar vanuit frustratie naar kijken, maar liever kies ik ervoor om het te zien als iets menselijks. Het doel van mijn No Buy Year was ook niet om ‘voor altijd’ van mijn koophonger af te komen, maar eerder om een toolkit te ontwikkelen om ermee om te gaan. Dat is met vlag en wimpel gelukt. Ik merk dat de filosofie momenteel weer erg aan me trekt - voor mij nog steeds dé sleutel naar een meer tevreden mindset.
Eerder deelde ik al over Epicurus, Henry David Thoreau en het Taoïsme; vandaag haal ik de Stoïcijnen erbij. Ik ben het niet met alles eens, maar hun gedachten over rijkdom en bezit zijn zo’n fijn duwtje in de rug.
De Stoïcijnse sleutel tot innerlijke rust
Het Stoïcisme is een filosofische stroming die een paar eeuwen voor Christus ontstond in het oude Griekenland en later groot werd in het Romeinse Rijk. Namen als Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius schreven duizenden jaren geleden al over iets wat nu misschien wel relevanter is dan ooit: hoe je innerlijke rust bewaart en een goed mens bent in een wereld die constant aan je trekt.
Veel mensen hebben bij het woord ‘stoïcijns’ de associatie van emotieloosheid, alsof je ‘stoïcijns voor je uit staart’ en niets voelt. Maar eigenlijk draait het Stoïcisme om mentale vrijheid en het besef dat de meeste onrust niet ontstaat door wat er gebeurt, maar door hoe wij het interpreteren.
Stoïcijnen maken daarbij onderscheid tussen dingen waar je wel en geen invloed op kunt uitoefenen. Je kunt niet bepalen wat er op je pad komt, maar wél hoe je ermee omgaat.
Stel, je scheurt uit je lievelingsbroek. Dat is natuurlijk shit, maar jij kiest ervoor hoeveel ruimte je het geeft in je hoofd. Je kunt jezelf de hele dag zielig vinden óf besluiten dat het gewoon een broek is en lekker verdergaan met je dag. Je kunt twee mensen hetzelfde laten meemaken en de één zal zeggen dat-ie een klotedag heeft, terwijl de ander geniet van het mooie weer.
Dat is waar innerlijke rust begint: op het moment dat je stopt met proberen controle uit te oefenen op dingen die buiten jezelf liggen en je aandacht verlegt naar wat wél van jou is: je gedachten, je reacties en je keuzes. En als je kijkt naar dingen als bezit, spullen, enorme kledingkasten en verlangens, kun je daar belangrijke lessen uit trekken.
Er is een fantastische quote van Seneca die ik vaak in m’n achterhoofd houd:
Laat die even op je inwerken. Veel mensen denken dat zij hun bezit hebben, terwijl hun bezit in werkelijkheid hén in z’n greep heeft. Spullen nemen mentale ruimte in. Ze vragen aandacht, onderhoud, de druk om ze daadwerkelijk te gebruiken en je kunt ze verliezen (ik weet nog dat ik instant stress ervaarde toen ik ooit de real life serie Hoarders keek). Hoe meer je met spullen bezig bent, hoe meer je er zult hebben en hoe meer je ernaar zult verlangen. Neverending story.
Ik vind het nog steeds interessant dat ik in m’n No Buy Year veel minder bezig was met bezit dan ervoor. Het idee dat kopen geen optie meer was gaf me zóveel rust (kun je nagaan: het zit écht allemaal in je hoofd). Bezit verloor daardoor vanzelf z’n mentale zwaarte, en na een paar maanden vond ik het zelfs makkelijk om een grote closet sale te doen. Minder waarde hechten aan spullen maakte loslaten blijkbaar ook makkelijker.
En dat vind ik misschien nog wel het meest fascinerende van alles: juist op het moment dat mijn opties beperkt waren, voelde ik me vrijer dan ooit.
De illusie van vrijheid door bezit
En toch wordt bezit in onze maatschappij gepresenteerd als dé weg naar vrijheid. Ik denk meteen aan Dior’s parfumreclame voor Sauvage Elixir met Johnny Depp die je het gevoel aanpraat dat je er een wildere, aantrekkelijkere versie van jezelf mee wordt (bij mij werkt het niet, trouwens, bij jou?):
Ook denk ik meteen aan de onhandige microtasjes van Jaquemus die elke it-girl een paar jaar geleden móest hebben. Ze waren te klein om iets nuttigs in mee te nemen (soms paste er alleen een lippenbalsem in), maar dat was juist de aantrekkingskracht: de micro bag suggereerde een leven zonder ballast en verplichtingen, alsof je zo vrij was dat je niets nodig had.
Veel spullen dienen ons leven helemaal niet, maar creëren de illusie dat ze een existentieel verlangen oplossen. Maar laten we eerlijk zijn: in werkelijkheid gebeurt juist het tegenovergestelde. Meer opties nemen mentale ruimte in. Meer bezit betekent dat je meer kunt verliezen. Meer verlangen creëert meer onrust. Seneca verwoordde het zo goed:
“Wie wat hij bezit een grote rijkdom vindt, blijft ongelukkig, al beheerst hij heel de wereld. Wat maakt het namelijk uit hoe je situatie werkelijk is, zolang jij denkt dat die slecht is?”
Het maakt niet uit of je 100 of 1000 kledingstukken hebt. Als je jezelf een tekort aanpraat, blijft dat gevoel bestaan. Onlangs kwam ik een geweldige broek van Thinking MU tegen in de sale:
Precies wat ik miste, dacht ik: lekker funky, mooie kleuren - iets dat me minder saai zou laten voelen na een sleur-achtige, grijzige maand waarin alles tegenzat. Regelmatig keek ik stiekem of de broek er nog was (en daar schaam ik me een beetje voor). Ik Googlede hoe anderen ‘m combineerden en zag ‘m helemaal voor me met mijn zwarte Teym tanktop, mijn vintage bomberjack en mijn Ganni flats:
Ik kon mezelf echt aanpraten dat de broek een probleem zou oplossen. Maar wat bleek: op dagen dat ik weinig met mijn scherm bezig was, bestond die hele broek niet meer. In het moment kan een verlangen permanent voelen, maar het is áltijd afhankelijk van de aandacht waarmee je het voedt. Zodra ik stopte met kijken, was-ie er niet meer. En nu ik erover schrijf, mis ik ‘m ineens weer. Het zit allemaal in m’n hoofd.
Laat los en vind geluk
Hoe je wel gelukkig wordt volgens Seneca?
“Ik maak het ‘gelukkig’ door goede gedachten en grootheid van geest. En die is op zijn grootste als hij alle oneigenlijke zake opzijzet, zichzelf rust geeft door niet te vrezen en zich rijk maakt door niets te begeren.”
Hij voegt hieraan toe:
“Daarom moeten we bedenken dat iets kwijtraken veel erger is dan het niet bezitten.”
Ook schrijft hij:
“Armoede kan in rijkdom veranderen als je kiest voor een sober en eenvoudig leven.”
Soms lees ik een persoonlijk verhaal van mensen die op een gegeven moment klaar zijn met de ruis van allemaal spullen om hen heen. Ze verkopen alles, beperken hun bezit tot een tiny house (of zelfs een backpack!) en ervaren meer vrijheid dan ooit tevoren. Het Stoïcijnse gedachtegoed zou dit enorm toejuichen: er ontstaat meer mentale ruimte en eigenaarschap. Bezit wordt weer van jóu, in plaats van andersom.
Oefening: beoordeel kleding als een werknemer
In het verlengde daarvan kwam ik een oefening tegen die me enorm helpt om niet meer vanuit verlangen en ego naar mijn kleding te kijken, maar vanuit daadwerkelijke waarde. De gedachte: kijk naar een kledingstuk als een werknemer die je hebt aangenomen voor een bepaalde functie, en stel jezelf de vraag: vervult dit item de rol waarvoor ik het in mijn leven heb gehaald?
Bijvoorbeeld bij een trui:
Houdt hij me warm?
– Zit hij lekker?
– Voel ik me er goed in?
Als het antwoord nee is, doet hij z’n werk niet.
Dat zie ik ook in mijn eigen kast. Ik heb een tweedehands riem die ik een paar jaar geleden móest hebben. Ik was ervan overtuigd dat hij al mijn outfits interessanter zou maken. Nu ligt hij al heel lang in een la en ik vind het stom om toe te geven, maar ik voel vooral weerstand als ik ‘m zie: hij blijkt helemaal niet praktisch en hij neemt ruimte in. Hij herinnert me er vooral pijnlijk aan hoe graag ik hem wilde, en aan de rol die hij uiteindelijk níet speelt in m’n leven. Maar ja, hij kostte geld, dus wegdoen voelt zonde. Daar is-ie weer: het endowment effect. Zo’n beoordelingsgesprek helpt dan echt: hij krijgt een onvoldoende. Tijd om ‘m te laten gaan.
Mijn No Buy Year heeft me niet veranderd in een verlangenloze zenmeid, en de filosofie gaat dat ook niet doen. Maar de Stoïcijnen leren me wel dat verlangen iets is wat je kunt herkennen en dat het vanzelf weer verdwijnt als je het niet voedt.
Je kunt herkennen dat je het voelt en daarna gewoon weer verder met je dag. Je hoeft er niet in te blijven hangen. En die gedachte helpt me enorm. Dus ik ga weer blij m’n weekend in. Hopelijk jij ook. Geniet!
P.s. Meer lezen over de Stoïcijnen? Zelf lees ik graag directe essays van bijvoorbeeld Seneca; Innerlijke Rust vind ik een fijn, compact boekje. Filosoof Lammert Kamphuis bundelde teksten van de Stoïcijnen in Op Weg Naar Vrijheid (o.a. Marcus Aurelius, Seneca en Epictetes). Als je het echt toegankelijk wilt: oud-schaatser Mark Tuitert schreef het boek Drive, waarin hij je helpt om je Stoïcijnse mindset te trainen. Succes!
Doneer en support OFFMODE
Helpt mijn werk jou om kritischer naar de mode-industrie te kijken en met meer liefde naar je eigen kast? Ik kies ervoor om de meeste content op OFFMODE gratis te houden, zodat iedereen deze belangrijke verhalen kan lezen. Via deze Tikkie link kun je me een symbolische koffie of lunch trakteren of maandelijks doneren. Heel veel dank voor je support!








Heel interessante kijk, dit! 👌
Interessant stuk, leuk dat je de Stoa deze keer hebt behandeld! Ik ben nog wel nieuwsgierig naar de reden dat je de broek uiteindelijk niet hebt gekocht, omdat de broek op basis van je beschrijving veel vakjes aan lijkt te vinken en je er echt langere tijd bewust over hebt nagedacht? En ik snap dat het voor iedereen een persoonlijk iets is maar ik ben ook heel benieuwd naar je criteria om wel tot een aankoop over te gaan, zou je dat ter inspiratie willen delen? Of zijn dat die aanvullende voorwaarden die er moeten zijn mbt het functionele doel?