Kleding als erfgoed: wat draag jij écht?
Waarom we in Nederland zo weinig verbonden zijn met onze kledinggeschiedenis (ik vond een hoop onverwachte inspiratie), en wat batik en andere culturen ons kunnen leren over betekenisvol dragen.
Ik heb twee batik-items: een wrap top en een rok. Allebei met de hand gemaakt van echte batik. Zo mooi (en cool). Buiten de kledingstukken die van mijn moeder zijn geweest, voel ik me met niks anders in mijn kast zó verbonden: ze brengen me dichter bij mijn Indische familiegeschiedenis.
Maar over mijn Hollandse kledingerfgoed weet ik niks.
In deze tijd van overconsumptie en totale vervreemding van wat we dragen, is het belangrijker dan ooit om stil te staan bij onze relatie met kleding. Het verkennen van je culturele erfgoed is een van de krachtigste manieren om die verbinding opnieuw te voelen, denk ik. Wie ben jij? Wie waren je voorouders? Wat droegen ze? Wat ging verloren? En hoe kun je die verhalen opnieuw verweven in je garderobe? Je snapt: er begint een nieuwe reis te borrelen in m’n No Buy Year (het zoveelste zijpad ;)): naar hoe ik mijn wortels een plek kan geven in wat ik draag.
Mijn eigen route naar batik
Zo’n 1,5 tot 2 miljoen Nederlanders hebben roots in voormalig Nederlands-Indië of het huidige Indonesië. Ik ook. Mijn opa was beroepsmilitair, mijn oma groeide op op Java. Onze familiegeschiedenis is er één van oorlog, ontheemding en aanpassing.
Mijn lieve oma Roos heb ik nooit batik zien dragen (denk ik). Als enige met een bruine huid deed ze er alles aan om in te blenden in het Nederlandse dorp waar ze terechtkwam. Ze was ontzettend bescheiden, werkte hard, viel niet op en was dienstbaar. Die neiging zit ook in mij. Ergens voelde ik altijd een stille verbinding met ‘het land van mijn oma’, helemaal toen ik in 2015 op Java was. Alleen keek ik nooit naar kleding.
Tot ik Guave ontdekte: een duurzaam kledinglabel dat samenwerkt met Javaanse batikmakers om het ambacht levend te houden. Oprichters Myrthe en Romée, ook van Indische afkomst, leerden me iets essentieels: batik is geen printje, maar een draagbaar verhaal met symbolen, betekenissen en een geschiedenis die onlosmakelijk verbonden is met zowel creativiteit als kolonialisme.
Ze legden uit hoe batik tulis gemaakt wordt: met een koperen pen, de canting, wordt er hete was op doek aangebracht. Kleuren worden laag voor laag opgebouwd, met tussenstappen van drogen, wassen en opnieuw tekenen. En álles met de hand - een intensief en kostbaar proces. Mijn favoriete motief, Mega Mendung, staat symbool voor hoop en positiviteit: de zonnestralen (‘mega’) die door de wolken (‘mendung’) breken. Hier zie je hoe het wordt gemaakt:
En ziehier de trotse drager van de rok:
Foto: Cindy van Rees
Dit item is niet zomaar een stof. Iemand heeft er met liefde aan gewerkt. Het patroon komt uit een specifieke regio. Het raakt aan mijn verhaal, ook als niemand het ziet.
De rijkdom die andere culturen wél bewaren
Sindsdien valt het me op hoe vanzelfsprekend het in veel culturen is om via kleding verbonden te blijven met je roots. Natuurlijk bestaan er overal trends en fast fashion, maar op veel plekken is kleding ook een drager van familie, spiritualiteit en herinnering.
In Japan worden kimono’s nog gedragen bij belangrijke gelegenheden. Borduurtechnieken zoals sashiko (visueel herstelwerk) en boro (patchwork van versleten kleding) worden gekoesterd én vertaald naar hedendaagse mode. In India heeft de sari allerlei ontwikkelingen doorgemaakt, maar is nog steeds springlevend. En khadi, handgesponnen katoen, werd zelfs een symbool van de onafhankelijkheidsstrijd. Een mooi merk dat het Indiase erfgoed eert, is Fifth Origins.
In Peru en Bolivia dragen gemeenschappen nog steeds kleding met patronen die het landschap, het weer en de gemeenschap weerspiegelen. In Nigeria zie je bij feestelijkheden Aso Oke en kleurrijke hoofddoeken die je afkomst en status laten zien. Lokale ontwerpers vertalen deze tradities naar streetwear en couture.
Al deze voorbeelden hebben gemeen dat kleding wordt gezien als drager van een waarde, waarbij er een actieve kennisoverdracht is via oma’s, moeders en ambachtslieden. Niet als iets dat je ‘even’ koopt en wegdoet, maar als iets dat je bewaart, eert en doorgeeft.
Waarom we in Nederland (bijna) niks meer dragen van vroeger
“Waarom doen wij dat hier eigenlijk niet?”, vraag ik me steeds meer af. Waarom weet ik niets over wat mijn Hollandse overgrootoma’s droegen? Waarom heb ik hier nooit verhalen over meegekregen? Natuurlijk zijn er families waarin dit wel doorleeft, maar collectief zijn we het kwijtgeraakt.
Traditie naar de achtergrond
In de negentiende eeuw, tijdens de industrialisatie, raakte Nederland - net als veel andere West-Europese landen - in de ban van het vooruitgangsideaal. Modern was goed en traditioneel ouderwets. Stedelijke elites keken naar Parijs en zéker niet naar Staphorst, en kleding die afweek van de nieuwe norm werd weggezet als primitief of bekrompen. Terwijl landen als India en Japan hun handwerk koesterden, raakte het hier op de achtergrond. Ironisch genoeg bouwden we in diezelfde tijd wel voort op stoffen, uitbuiting en technieken uit de koloniën. Maar wel zonder enig oog voor de betekenis en oorsprong.
Daarbovenop kwam het calvinisme. Trots? Symboliek? Opvallende kleding? Nee, “doe maar gewoon”! Bovendien werd je identiteit door de verzuiling steeds minder bepaald door streek of familie en steeds meer door geloof of maatschappelijke klasse. En zo maakten de kleurige corsetten (zie onder), feestrokken en borduurmutsen plaats voor pakken, confectiemode en… jeans.
Nederland denimland? Nou, niet echt.
Tegenwoordig staan we internationaal bekend als denimland. Niet per se omdat we de beste spijkerbroeken ter wereld maken (al hebben we een aantal hele mooie merken), maar vooral omdat zóveel Nederlanders ze dragen. De jeans voelt bijna als een vorm van cultureel erfgoed.
Maar volgens modeonderzoeker Maaike Feitsma is komt dat beeld grotendeels voort uit een slimme marketingstrategie van modeorganisaties die Amsterdam als modestad wilden positioneren. Het is dus geen verhaal van traditie, maar van rebranding.
Toch past dit beeld perfect bij hoe ‘de Hollander’ zichzelf graag ziet: nuchter, praktisch en bescheiden. Waar andere culturen weven en borduren, dragen wij vooral werkkleding. Misschien zijn we een volk dat liever opgaat in de massa dan zich onderscheidt. Of… liever vergeet dan herinnert? Ik denk dat het tijd is om dat te veranderen.
Onze rode draad: de Hollandse klederdracht
Want ook in Nederland was kleder- en streekdracht niet zomaar kleding, het was een taal: een systeem van vormen, kleuren en details waarmee je kon zien wie iemand was, waar ze vandaan kwam, of ze getrouwd was, in de rouw of op weg naar de kerk. In Marken waren prachtige, kleurrijke bloemenpatronen en borduursels onderdeel van de klederdracht (er gaat een wereld voor me open. Wauw):
Foto’s: Tweedehandswerk, Treeofneedlework.nl, Goed Op Streek
In Zeeland (onder) kon je aan de grootte van je gouden oorijzers aflezen hoe welvarend iemand was, en ook de rijk gedecoreerde Zeeuwse knoop (rechtsonder) was een statussymbool.
Foto’s: Wikipedia
In Staphorst drukte men stippen op kleding met spijkers in kurk, wat resulteerde in rijke prints:
Foto: De Museumfabriek
Wat me raakt als ik naar deze beelden kijk, is hoeveel liefde, tijd en precisie erin zit. Ik ben hier (pas) deze week in gedoken en besef heel goed dat ook aan de Nederlandse klederdracht sporen van kolonialisme kunnen kleven. Ook hier wil ik me verder in verdiepen. Maar het doet me wel inzien: ook híer barsten we van de inspiratie.
Waarom we opnieuw moeten verbinden
Dat je hier niets meer van terug ziet op straat, vind ik eigenlijk best jammer. We hebben onze klederdracht niet geleidelijk getransformeerd, zoals in andere landen, maar radicaal losgelaten, net als onze bloeiende weefindustrie. Maar als je iets vergeet, verdwijnt ook je trots. En de leegde die overbleef, vormt natuurlijk een goede voedingsbodem voor fast fashion. Misschien is dat waarom steeds meer mensen, waaronder ik, weer kleding willen leren maken en repareren: omdat we voelen dat er iets mist.
(Zoveel!) ruimte voor herinterpretatie
De kennis bestaat nog (geïnteresseerd? Check het boek Tot op de Draad en de boeken van Constance Nieuwhoff over Klederdracht). Er zijn nog mensen die de steken kennen en de symboliek kunnen duiden. En mensen zoals Jeanne de Kroon, (bekend van het prachtige merk The World of Zazi, over culturen eren gesproken) die laten zien dat een antiek Marker corset niet in een vitrine hoeft te liggen, maar gedragen mag worden. Met hedendaagse styling ziet het er nog fantastisch uit ook:
Er zijn meer ontwerpers die zich lieten inspireren. Zoals Viktor & Rolf in 2007 inspireren, met een collectie vol Zeeuwse prints en boerenbont. Tess van Zalinge ontwierp haar ‘maandag wasdag’ collectie geïnspireerd op klederdracht en oude ambachten. Walter van Beirendonck gebruikte Volendamse motieven in zijn sjaals (tussen 2016 en 2020 te zien in het Klederdrachtmuseum, dat het helaas niet redde). En toch is er geen grote beweging die ons erfgoed vertaalt naar nu. Daar ligt een hoop ruimte.
Hoe kunnen we de draad weer oppakken?
Het begint met besef: we hebben allemaal roots, zelfs als je ze niet meteen voelt. Voor mij voelt dat besef nu als zo’n grote uitnodiging om te gaan graven, vragen te stellen en misschien zelfs te gaan maken. Denk aan:
Met traditionele stoffen of fournituren werken (check bijv. Marktplaats op vintage restpartijen)
Zelf (leren) borduren met oude technieken
Oude Hollandse (borduur/steek)technieken gebruiken voor visible mending
Iets nieuws maken van oud textiel met een verhaal
Meer verbinding, minder vervreemding
Als we écht weg willen van de wegwerpcultuur, moeten we onszelf misschien eerst afvragen: “Waar ben ik eigenlijk naar op zoek?” Vaak is het antwoord verbinding, met jezelf en de wereld. Kleding kan daarin een mooie rol spelen. Want wat je eert, gooi je niet weg. En wat écht waarde voor je heeft, hoef je niet steeds te vervangen.
Verbinding met je roots is niet altijd makkelijk; het kan zowel schuren als helen. En natuurlijk moeten we het ook hebben over culturele toe-eigening. In dit stuk richt ik me bewust op je eigen erfgoed, maar ook dat gesprek verdient aandacht. Daarover binnenkort meer.
Ik ga me verder verdiepen in mijn familiegeschiedenis, oude foto’s terugkijken en dat combineren met mijn nieuwe naaihobby. En ik ben zó benieuwd wat ik tegenkom.
Waar kom jij vandaan?
Doneer en support OFFMODE
Helpt mijn werk jou om kritischer naar de mode-industrie te kijken en met meer liefde naar je eigen kast? Ik kies ervoor om de meeste content op OFFMODE gratis te houden, zodat iedereen deze belangrijke verhalen kan lezen. Via deze Tikkie link kun je me een symbolische koffie of lunch trakteren of maandelijks doneren. Heel veel dank voor je support!










Wat ontzettend mooi en goed weer. Mijn moeder komt uit Zuid-Beveland en mijn vader uit de Hoekse Waard. Mijn Zeeuwse oma droeg geen klederdracht meer, maar naaide voor mijn moeder wel kleding van klederdrachtstof, ik ga eens vragen waar dat is gebleven. Van mijn vaders moeder heb ik een mooie zelfgemaakte rok geërfd die ik af en toe aan doe.
Ik ben benieuwd wat je zult ontdekken over de koloniale sporen in de klederdracht in Nederland!
Inspirerend weer Sara 🙏🏼 ik heb wel kleding van mijn oma’s, maar dat is al niet meer écht traditioneel natuurlijk. Heb pas in het Zeeuws Museum ook een mooie tentoonstelling over oude Nederlandse mode gezien, inspireerde me toen wel om zelf te gaan leren breien, haken en borduren maar nog niet echt van gekomen