Wat moeten we nou met polyester?
De dilemma’s van de meest gebruikte vezel ter wereld onder de loep: van gerecycled PET tot microplastics en marketingpraatjes. Wat klopt er nog? En waar moet het naartoe?
Polyester is óveral. In goedkope fast fashion en sportkleding, maar ook in die travelstofbroek waarvan wordt gezegd dat-ie oneindig lang meegaat en zelfs in high-end designeritems. Ook ik heb er genoeg van in m’n kast, voornamelijk vintage (in de 70’s waren ze er dol op). Eerlijk: veel van mijn kledingstukken die écht lang mooi blijven, zijn deels gemaakt van aardolie.
Dat klinkt vies, en dat is het eigenlijk ook. Maar ondanks ambitieuze beloftes van merken over verduurzaming blijft het polyestergebruik groeien. Volgens onderzoeksbureau Changing Markets bestond vorig jaar 69% van alle kleding wereldwijd uit synthetische vezels. In 2030 stijgt dit naar verwachting zelfs naar 73%. Heftig. Helemaal nu microplastics óveral - en in snelgroeiende aantallen - worden teruggevonden. En ook al weten we nog niet precies wat de gevolgen zijn, alles wijst erop dat het een tikkende tijdbom is voor zowel de natuur als onze gezondheid.
Waarom gebruiken merken het dan nog steeds? Ik besloot er verder in te duiken. Misschien is het verhaal wel genuanceerder dan ik denk? Hoe zit het met al dat gerecycled PET in ‘duurzame’ collecties? En zijn er ook gevallen waarin polyester wél een goede keuze is? Een deep dive.
Waarom polyester zó groot werd
Polyester werd geboren in een laboratorium in de jaren ’40. Modehuizen en fabrikanten doken er al snel bovenop: eindelijk een vezel die je eindeloos kon vormen, kleuren en variëren. Bovendien was je hierbij niet afhankelijk van externe factoren zoals het weer en een goede of slechte oogst, zoals bijvoorbeeld bij katoen wel het geval. Ideaal!
Vanaf de jaren ’70 werd polyester goedkoper, overal beschikbaar en op grote schaal toegepast. Een groot deel van het succes zat in de veelzijdigheid en de producteigenschappen: je kon het laten lijken op wol, katoen of zelfs zijde, maar dan zonder kreukels en met een veel snellere droogtijd. En het blijft ook nog lang mooi. Tijdens een imagodipje in de jaren ‘80 - door associaties met zweterige stoffen, slechte pasvormen en dito afwerking - besloten grote chemiebedrijven, zoals DuPont, polyester te herpositioneren als high-tech wondervezel. De nadruk werd gelegd op onderhoudsgemak en luxe en er kwamen samenwerkingen met grote ontwerpers. De rebranding werkte.
Uiteindelijk was het vooral de technologische innovatie die polyester weer populair maakte: er werden steeds luxere en natuurlijkere materialen nagebootst, maar dan voor een fractie van de prijs. Fast fashion ketens liftten mee op die ontwikkeling: zonder goedkoop polyester hadden ze nooit zo hard kunnen groeien. Tegenwoordig zit het vaak in blends, gecombineerd met andere vezels, om het comfort en ademend vermogen van natuurlijke materialen te behouden. Maar vooral scheelt het merken bakken met geld. En de belangrijkste reden die zij geven: “het verlengt de levensduur van kleding”. Dat vinden ze duurzaam.
Maar is dat nou écht zo?
Ik besluit het te vragen aan iemand die hier diep in zit: circulariteitsexpert Bianca Streng. Ze schreef het boek Kledinghoop (aanrader!), host de Podcast Circulaire Mode (waar ik ook te gast was) en werkt als sectormanager Textiel bij MVO Nederland. Eén van haar speerpunten is het opzetten van Textile District, een programma dat fungeert als een cruciale schakel tussen producenten en circulaire ondernemers. Ze speelde ook een rol in de motie tegen ultrafast fashion die recent in de Tweede Kamer werd aangenomen.
Wanneer is het wél duurzamer?
Ik vraag Bianca meteen: “Zijn er omstandigheden waarin je polyester wél als duurzamer kunt beschouwen?” Haar antwoord is duidelijk: “Polyester is per definitie een eindig materiaal. Het is niet hernieuwbaar, het breekt niet af in de natuur en heeft een grote, negatieve impact op het hele ecosysteem: van de voedselketen tot de biodiversiteit en onze gezondheid. Ik kan geen enkel voorbeeld noemen waarin polyester een positieve impact heeft, behalve dat het inderdaad de levensduur van een kledingstuk kan verlengen.”
Consumentenkleding vs. werkkleding
Wel is het belangrijk om hierbij onderscheid te maken tussen consumentenkleding en werkkleding, zegt Bianca, waarbij veiligheid voor de drager voorop staat. “Daarbij ontkom je voorlopig niet aan polyester: het versterkt de kleding waarmee je werkt en dat is in deze context essentieel”. Ook bij bijvoorbeeld sportkleding, die specifieke technische eigenschappen vereist, is er nog geen duurzamer alternatief op grote schaal beschikbaar.
Maar ook in alledaagse kleding gebruiken merken dit argument. Omdat polyester kleding onder andere slijtvaster kan maken, kan dit een keuze zijn voor merken die kwaliteit boven alles zetten. De gedachte is dan: het kledingstuk gaat langer mee en behoudt z’n waarde. Daardoor blijft het ook nog beter doorverkoopbaar en zo vertraag je de afvalstroom. Enkele merken slagen daar ook in.
En dat zie ik soms dus ook terug in mijn eigen kast: één van mijn meest gedragen items is een skort van (deels) polyester:
(foto is van vorig jaar)
Na honderden keren dragen is hij nog bijna als nieuw. En even tussen jou en mij: dat een merk duurzaam produceert, betekent niet automatisch dat de kleding van hoge kwaliteit is.
Giftig of ‘gewoon’ problematisch?
Maar ja, is het niet gewoon giftig om aardolie op je huid te dragen? “De polyestervezel op zich is niet het enige probleem,” legt Bianca uit, “het wordt ook regelmatig gelinkt aan gezondheidsrisico’s. Dat zit ’m vooral in de schadelijke stoffen die aan kleding toegevoegd kunnen worden, zoals in verfprocessen of coatings. Wat overigens ook bij natuurlijke materialen kan gebeuren”. Bij Europese merken is daar regelgeving voor. En het lijkt erop dat merken dit (redelijk) goed naleven, blijkt ook uit een recent onderzoek van Pointer naar chemicaliën in items van Zara en Primark.
Toch is dat nooit een garantie voor veiligheid, benadrukt ze. “Je moet er maar op kunnen vertrouwen dat die normen voldoende beschermen. En bij ultrafast fashion zou ik het risico echt niet nemen. Kleding van platforms als SHEIN wordt namelijk niet gecontroleerd als het Europa binnenkomt.” Ze verwijst naar onderzoeken waarin SHEIN-kleding soms honderden keren boven de toegestane waarden scoorde voor schadelijke stoffen. “Je huid is je grootste orgaan. Wat je draagt, wordt opgenomen. Dat risico moeten we niet onderschatten, denk ik.”
Hetzelfde gevoel heb ik bij PFAS, dat vaak wordt toegevoegd om kleding waterafstotend te maken. Terwijl de Europese Unie werkt aan een verbod vanwege de risico’s voor onze gezondheid, stelt de Rijksoverheid dat je een al gekochte regenjas met PFAS prima kunt blijven dragen. Ik heb het er niet zo op.
Gerecycled polyester: ook niet de oplossing
Steeds meer merken werken met gerecycled polyester en presenteren dat als dé duurzame heilige graal: werken met wat er al is, zou de ideale oplossing zijn. Maar volgens Bianca is dat beeld te rooskleurig. “We hebben meer dan genoeg polyester op de wereld. Nu moeten we naar een systeem waarin dat ook echt opnieuw gebruikt kan worden. En dan bedoel ik niet het recyclen van PET-flessen tot kleding. Ik bedoel: kleding recyclen tot kleding.”
Van fles naar trui: verplaatsen in plaats van oplossen
Momenteel wordt 99% van het gerecyclede polyester op de wereld gemaakt van plastic PET-flessen (Changing Markets). Gerecycled polyester kleding wordt nu amper gemaakt van oude kledingstukken. En dat is een probleem. Bianca legt uit: “PET-flessen zijn ontworpen voor voedselverpakkingen en kunnen relatief goed worden gerecycled binnen datzelfde gesloten systeem, waarin ze hun waarde behouden. Maar zodra je ze omzet naar textiel, belanden ze in een andere keten. Eentje waarin recycling nauwelijks werkt en waar het uiteindelijk alsnog op de vuilstort belandt. Een fles moet eigenlijk gewoon weer een fles worden.” Het is dus geen circulair proces, maar een vorm van downcycling. En de vraag naar gerecycled polyester is inmiddels zó groot, dat er berichten rondgaan dat sommige bedrijven zelfs nieuwe PET-flessen bijproduceren om aan de vraag te voldoen. De wereld op z’n kop.
Oceaanplastic: duurzame oplossing of slimme afleiding?
Hetzelfde geldt voor producten van zogenaamd ‘oceaanplastic’. Uit onderzoek van de Keuringsdienst van Waarde (2023) bleek dat deze claim vaak mooier klinkt dan hij is: het plastic is meestal niet uit de oceaan gevist, maar ingezameld aan land: ‘ocean-bound plastic’. Dit mag zo heten tot 50 kilometer(!) van de kustlijn. Bizar.
Echt oceaanplastic is vaak amper recyclebaar en ontzettend duur. Veel producten bevatten daarom slechts een klein percentage daarvan, gemengd met nieuw plastic. De term klinkt duurzaam, maar blijkt dus vooral een slimme marketingtruc. En net als bij gerecycled PET verplaatst het vooral het probleem, in plaats van het op te lossen. Toch zijn er wél serieuze innovaties gaande die beloven om recycling binnen de kledingketen aan te pakken.
Een veelbelovende volgende oplossing lijkt chemische recycling: een techniek waarbij polyester wordt teruggebracht tot z’n oorspronkelijke bouwstenen, waarna je er opnieuw hoogwaardige garens van kunt spinnen met dezelfde eigenschappen als nieuw polyester. “Dat heeft echt potentie,” vertelt Bianca. “Er wordt volop aan gewerkt, maar het staat nog in de kinderschoenen. Het is duur en complex, en het vraagt zuivere stromen en voldoende volume. Het hele systeem is er nog niet op ingericht.”
Mag je gerecycled polyester dan wel ‘duurzaam’ noemen?
Ik vraag of het eigenlijk wel eerlijk is als merken gerecycled polyester een duurzame oplossing noemen. Bianca is daar ook duidelijk over: “Ik vind van niet. Natuurlijk is het beter dan nieuw polyester - het is er al. Maar het is niet circulair en het laat nog steeds microplastics los (daarover straks meer). En zéker geen vrijbrief om eindeloos collecties te blijven produceren.”
De waarde van transitiedenken
Toch, benadrukt ze, zijn deze problemen ook een teken van vooruitgang. “Ik werk veel vanuit transitiedenken”. Ze legt uit dat transities vaak volgens een X-curve verlopen: links onderin het model (zie foto) ontstaat een nieuwe oplossing, die groeit en mainstream wordt, en dan weer nieuwe problemen veroorzaakt. “Gerecycled PET was zo’n oplossing. Het werd breed opgeschaald en geaccepteerd, en daarmee leek het alsof we er waren. Maar precies op dat moment ontstaan vaak de volgende problemen. Dat is niet erg, het is typisch voor een transitie.”
Beeld: Twynstra Gudde
Geruststellend: we zijn dus niet aan het falen. We zitten gewoon in de volgende fase: het moment waarop duidelijk wordt dat gerecycled PET geen eindstation is, maar een tussenstap. “Je kunt niet in een paar jaar van lineair naar circulair. Het gaat in stappen, in golven”, zegt Bianca. “Nu moeten we terug naar de start van een nieuwe curve en op zoek naar een echt circulaire vorm van polyesterrecycling. We hebben een hele lange adem nodig.”
Microplastics: de onzichtbare, onafbreekbare restjes
Maar ja, hebben we die tijd wel? Want qua vervuiling hebben we één van de meest problematische factoren niet eens besproken: microplastics. Polyester kleding breekt bijna niet af in de natuur. Het kan honderden jaren duren voordat het materiaal uiteenvalt in microplastics, die vervolgens blijven rondzweven. Al in 2004 wezen onderzoekers op het zorgwekkende verband tussen de groeiende hoeveelheid synthetische vezels die we produceerden en het aantal microplastics in de zee. Inmiddels weten we dat één wasbeurt met synthetische kleding al meer dan 400.000 vezels kan loslaten. In oceanen komt 35% van alle microplastics van kleding, maar het wordt ook gevonden in de lucht, placenta’s van ongeboren baby’s en zelfs onze hersenen. Hoewel de langetermijngevolgen nog onderzocht moeten worden - het is een vrij recent probleem - maak ik me hier grote zorgen om.
Bij kleding blijkt fleece een grote vervuiler: per wasbeurt verliest het gemiddeld 1,7 gram aan microvezels. Uit onderzoek van de Universiteit van Californië (mede gefinancierd door Patagonia) bleek ook nog dat oudere fleecevesten bijna twee keer zoveel vezels loslaten als nieuwe.
Maar niet alleen de vezelsoort heeft invloed. Uit een recente studie (2024) blijkt dat ook de structuur van de stof een groot verschil maakt. Zo verliezen gebreide synthetische stoffen meer microvezels dan (fijn) geweven varianten. En opvallend: blends van natuurlijke en synthetische vezels laten vaker meer vezels los dan stoffen van één type vezel.
Een microplasticsfilter gemaakt van… plastic?
Hoe kun je dit bij je eigen synthetische kleding minimaliseren? Microplastics voorkomen lukt niet, maar je kunt de afgifte ervan wel beperken volgens Milieu Centraal:
1. Was synthetische kleding zo min mogelijk. Veel kleding kan prima nog een keer gedragen worden. Even luchten (buiten, bij het raam of in de vriezer) werkt vaak al.
2. Gebruik vloeibaar wasmiddel in plaats van poeder: dat is milder en zorgt voor minder vezelverlies.
3. Droog fleece aan de lucht, op een droogrek. Niet in de droger, want daar laat het extra veel vezels los.
4. Gooi pluis uit de droger altijd in de prullenbak, nooit door de wc.
5. Stofzuig voordat je dweilt en gooi het stofzuigerpluis bij het restafval.
6. Vermijd fleece in wasbare luiers en inlegvellen.
Ook een microplasticfilter aan je wasmachine (zoals van PlanetCare of AEG) of een waszak (zoals de Guppyfriend, die ik zelf ook gebruik) kan helpen. De zak laat water en zeep door, maar houdt vezels grotendeels tegen. Gek genoeg is hij zelf gemaakt van… plastic. Ontwikkelaar Alexander Nolte legde in een interview uit dat dit het enige materiaal was dat effectief én duurzaam bleek. Toch blijft het een beetje dubbel voelen, maar ik snap het wel.
En coatings dan? Die zouden ervoor kunnen zorgen dat synthetische vezels minder microplastics loslaten. Onderzoekers van de Universiteit van Toronto meldden een doorbraak met een siliconenlaagje dat de afgifte uit nylon met ruim 90% verminderde na negen wasbeurten. Veelbelovend, maar het blijft een niet-afbreekbaar materiaal. Wat als dit zélf in het milieu belandt? Ook zou het een logische stap zijn om microplasticfilters wettelijk te verplichten, maar beleid blijft vooralsnog uit. Maar hoe dan ook blijven dit natuurlijk pleisters op een groeiende wond.
De toekomst van polyester: minder of anders?
Uiteindelijk moeten we volgens Bianca op zoek naar gelijkwaardige biobased alternatieven. “Er zijn zeker innovaties gaande, en er wordt echt naar gezocht. Maar op grote schaal is het er nog niet. En het is nog erg duur.” De industrie heeft daarin een grote verantwoordelijkheid. Niet alleen om beter te recyclen, maar vooral om te investeren in alternatieven.
Polyester gaat voorlopig niet verdwijnen en voor sommige toepassingen is het moeilijk te vervangen. Maar voor fast fashion is geen enkel excuus meer. Zéker niet als merken pronken met een ‘duurzame’ PET-lijn, terwijl ze hoofdzakelijk blijven draaien op overproductie en wegwerpkleding. Dat is keiharde greenwashing.
Dus… moet je het dan nog kopen?
Ik ben door dit onderzoek nog kritischer geworden en ik maak me grote zorgen om het microplasticsprobleem. We kunnen dit niet langer negeren en iedereen draagt hierin verantwoordelijkheid. Uiteindelijk is het ook een fundamentele vraag aan jezelf: wil je kleding dragen die is gemaakt van aardolie, terwijl er voor veel producten zat alternatieven zijn?
Toch zijn er ook uitzonderingen. Sportkleding bijvoorbeeld: daar zijn nog amper biobased alternatieven die technisch vergelijkbaar én breed beschikbaar zijn. “Maar zodra ze er zijn, ben ik de eerste die ze support,” zegt Bianca. Hetzelfde geldt voor nieuwe materialen als vegan fruit‘leer’, waar nu nog plastic aan wordt toegevoegd om het slijtvast te maken. Ook dat is transitiedenken in actie: zonder een afzetmarkt kan er niet doorontwikkeld worden. Juist daarom vind ik het belangrijk om zulke initiatieven wel te steunen.
Ook denk ik niet dat het helpt om alle merken die polyester gebruiken meteen af te schrijven. Zeker niet als ze zich inzetten voor transparantie, eerlijke arbeidsomstandigheden en systeemverandering; voor mij net zo belangrijk binnen duurzaamheid. Bianca verwoordt het goed: “Niet elk merk dat polyester gebruikt, doet daarmee automatisch iets verkeerd. Soms hebben ze gewoon nog geen toegang tot gerecycled polyester dat voldoet aan hun eisen. Maar ze moeten wél kunnen laten zien dat ze werken aan verbetering.”
De keuze voor polyester is vaak een keuze voor gemak, prijs en soms kwaliteit. Maar vooral is het een keuze met impact. Daar mogen we kritischer op worden. Niet alleen naar merken, maar ook naar onszelf. Want de keuzes die wij maken, zeggen alles over de wereld die we willen dragen. Dus ja, wat wil jij?








Super interessant stuk, bedankt! Ik vroeg me af of er (inmiddels) harde bewijzen zijn voor het feit dat PET-flessen worden gemaakt óm kleding te maken uit flessen of zijn dit alleen nog geruchten?